In memoriam

Ter herinnering aan Carlos Spoor

p 6 augustus 2017 stierf dominicaan Carlos Spoor. Bij zijn uitvaart in Beesd sprak dominee Rob van Essen de verkondiging uit, bij Prediker 3,1-15 en Johannes 14:1-14. Na de uitvaart volgde een stille crematie.

‘Het is welhaast onmogelijk het Johannes-evangelie te lezen zonder tranen in de ogen. Alles wat hier geschreven is, wordt doorstraald van een intense liefde’.

Het zijn woorden die Carlos zo’n 8 jaar geleden schreef voor een preekschets in Kerugma. Geen wonder dat de NT-ische lezing vandaag uit dit evangelie is genomen.

Het is trouwens dankzij deze preekschetsen dat ik Carlos kan citeren, want zijn preken zelf schreef hij nooit op. Hij preekte bij de uitvaart van mijn vrouw in 2005 en velen vroegen om de tekst, want de bandopname was mislukt. ‘De preek? In mijn hoofd’, zei Carlos.

Het was typerend voor Carlos. Hij vertelde mij eens dat hij tijdens het preken oplette of mensen er wel bij waren. Want hij wilde dicht bij hen blijven, zowel in pastoraat als in verkondiging. Het Woord is niet een verzameling gedrukte letters, het geschiedt in het heden van de ontmoeting.

Gelovig of ongelovig, zo schreef Carlos eens, ‘zien we ernaar uit dat mensen er soms ineens voor elkaar kunnen zijn!’

Nadat ik in Amsterdam het voorrecht had gehad jaren intensief te mogen samenwerken met pastor Joop Stam in de Indische Buurt, ontmoette ik in 1992 pastor Carlos Spoor in de Dominicusparochie. Hervormd Mattheuskerk en Gereformeerd Pniël waren net samengevoegd. Liturgisch verschillend, spiritueel en grote onenigheid over de keuze van het kerkgebouw.

Vanaf het eerste begin zocht ik samenwerking met de parochies in Oog in Al en Lombok. In de kerkenraad vonden sommigen dat we eerst intern orde op zaken moesten hebben en dán kon de oecumene aan bod komen. Wachten tot we intern orde op zaken hebben? Daar zijn we al decennia mee bezig, zei ik. De oecumene helpt ons juist onze interne gedoe te relativeren.

Een zegen was ook de komst van het Asielzoekers Centrum in het voormalig militair hospitaal. Als kerken sloegen we de handen ineen bij het zoeken van vrijwilligers, het werken om weerstand in de wijk weg te nemen. En met zijn talenkennis mocht Carlos vluchtelingen troosten en bemoedigen.

Gabbers werden we in Oog in Al: we dronken samen koffie, vergaderden met Gert Jan Westerveld, Erika van Gemerden en Seintje Bos. Samen met Pieter Oussoren zetten Carlos en ik een exegesegroep op om de preek voor te bereiden.

Carlos genoot ervan om samen met protestanten door de Schrift te kruipen. Tegelijk verwonderde hij zich er vaak over dat de vertaalslag van grondtekst naar de betekenis voor het leven van onze hoorders niet aan de orde kwam.

Als protestanten en katholieken vierden we in de Dominicus (met veel wierook) en Pniël de zondag van de eenheid en de Kerk en Buurt zondag. In de stille week was er de gemeenschappelijke Boeteviering en op Goede Vrijdag sloten we in de Dominicus de dienst af met de kruisverering. Ik mocht de dominee zijn van de Dominicus en Carlos was de pastoor van heel Utrecht-West.

De lezing uit Johannes is een afscheidswoord. Het wil de jonge christengemeenschap bemoedigen die verweesd achterbleef. Jezus zit aan de rechterhand van de Vader, belijden we met het credo. Maar wáár is God, wat bedoelen we als we dat belijden. Net als in de dagen van Johannes, leven we in tijden van loslaten, van verlies, van aanvechting.

Carlos wist daarvan in Utrecht: in het leven van de parochies, in de leefgemeenschap van de Brigittenstraat. In een gesprek dat ik in Deil enkele jaren geleden met hem had, vertrouwde hij mij toe hoe hij eronder leed dat zoveel van de dominicaanse erfenis verdwijnt. Over onze cultuur die in de crisis is: een tijd van doden, rouwen, wegwerpen. Niet omdat God het zo wil, maar het gebeurt! Facts of life.

En hoe helpt de boodschap van de kerk om het vertrouwen en de liefde te bewaren? Carlos kon kritisch zijn op de instituties en ook op zijn eigen kerk, maar altijd in diepe verbondenheid. Daarom kon hij mijn biechtvader en trooster zijn in de periode dat mijn protestantse gemeente door conflicten werd verscheurd.

Hij wist van verlies, van menselijk tekort. Maar, zo schreef hij in Kerugma: God houdt van mensen, waanzinnig veel!

‘Wij zijn ontstaan uit de woorden: Ik houd van jou!’ Geboren uit de droom van twee mensen die het geluk zochten en ons als het beeld van hun geluk beschouwden’. Maar niet alleen voor het kind geldt dat. Ik zie in het ziekenhuis twee oude, rimpelige mensen, zei Carlos. Maar de man naast het bed ziet de vrouw van zijn jeugd, waar hij liefde voor opvatte.

Daarover gaat het ook in Johannes 14. Niet over de hemel waar iedereen straks zijn eigen hokje krijgt (woningen, kamers). Over de vraag of de liefde wel het laatste woord heeft in deze wereld.

Johannes schrijft over de pijn van het afscheid, over verloren zijn en gevonden worden. ‘Ik ga naar de Vader’. Plaats bereiden: zijn liefde opent een ruimte voor velen. Het huis van de Vader is de tempel, een gebedshuis voor de volken, zoals een profeet gezegd had. Maar God was opgesloten in rituelen en voorschriften.

Rond Jezus wordt zichtbaar waar het in de eredienst om gaat: Geloof als een weg om te gaan. Betrouwbaarheid: op Zijn woord kun je aan. Leven: godsdienst niet als een ‘stukje zingeving’, maar bron van liefde en licht, vreugde en troost.

Wat in die kring rond Jezus ervaren werd, is voor allen bedoeld. Wees niet verontrust: de weg van het kruis, de zich gevende liefde, leidt naar een diepere gemeenschap met God en elkaar.

Om het met woorden van Carlos te zeggen: ‘Jezus zegt: ik wil jullie vrienden noemen, want zonder jullie is er geen eeuwigheid, geen genade, geen waarheid’. Je zult zijn waar ik ben, zegt Jezus. Wat heerlijk als mensen daar in onze geloofsgemeenschappen iets van mogen ervaren. Een plaats waar je veilig bent, waar je in het aangezicht van de ander de Vader mag zien: de Betrouwbare en de Trouwe.

Jezus leed net als iedereen aan de pijn en de gefragmenteerdheid van het leven. Maar hij legde zich niet neer bij de cirkelgang van lijden en strijden.

Omdat Hij vasthield aan Hem die onze tijden in Zijn hand heeft, vertrouwde Hij dat het zin heeft te eten en te drinken, te bidden en lief te hebben, en zo Gods goede gaven niet te verachten.

Scherven brengen geen geluk, maar voor de Prediker wijst het feit dát er scherven zijn, wel heen naar het oorspronkelijke, ongebroken leven. God omvat ons bestaan en is in en achter alle gebrokenheid de Aanwezige die ons niet laat vallen. ‘Hij zoekt weer op wat voorbijgegaan is’ – datgene wat alleen maar on-zin scheen en pijnlijke herinnering, Hij neemt het weer op en integreert het. ‘Liefhebben is zeggen: jij kunt niet sterven’.

Carlos Spoor o.p., 1932-2017 (foto Arjan Broers)

Gisteren een week geleden, bezocht ik Carlos. Hij reageerde niet op mijn woorden en keek steeds naar beneden. Ik vertelde hem over Neeltje, die die dag musiceerde. Ik zei ook hoe belangrijk onze vriendschap voor mij geweest was en hoe dankbaar ik was dat hij voorging in onze huwelijksdienst.

Bij het woord vriendschap hief hij zijn hoofd op en keek mij met heldere ogen aan, een mooi, belangrijk moment.

Ten afscheid heb ik hem de zegen toe gebeden: woorden waarin Gods omhelzende liefde tot ons komt:

Jij kunt niet sterven. Met mijn aanwezigheid zal ik jou verzadigen.

Ds. Rob Ressen