27 Maart 2014

'Alsof alles zich uitstrekt in mijn ochtendgebed'

Ga naar overzicht

Deel op:

anwege haar gezondheid ging dominicanes Holkje van der Veer een paar jaar geleden alleen wonen. In het zoeken naar een nieuw gebedsritme ontdekte ze nieuwe vormen. 'Dit lied heeft mij de afgelopen weken tot een dansend ochtendgebed gebracht.’

Holkje van der Veer o.p., Foto: William Moore.

Dit is een ingekorte versie van een artikel uit ‘Geloven Onderweg’, tijdschrift van het Dominicanenklooster Huissen.

Als religieuze vrouw leef ik van meer dan brood alleen, ik heb een verlangen om mijn leven te verbinden, te verbreden met de bron waaruit ik tot leven geroepen ben. Om dat contact, die relatie te voeden zoek ik, ook nu ik alleen woon, momenten van gebed.

Hoe geef ik vorm aan een gebedsritme dat bij mij past? Mijn appartement heeft geen bel op het dak, geen koster die de kaarsen ontsteekt, geen orgel dat voor mij speelt. Als ik dagelijks ruimte wil maken voor meditatie en gebed dan vraagt dit van mij een discipline die geheel door mijzelf gevonden en gevoed zal moeten worden.

Als vanzelf ben ik gaan experimenteren met vorm en inhoud. Er zijn periodes waarin ik mij concentreer op een tekst,dan ga ik op een bepaalde tijd aan mijn tafel zitten en lees een bijbelverhaal of een gedicht. In een andere periode lees of zing ik een psalm en ontsteek ik een kaars of lees een tekst uit de traditie.

En dan blijken er nog veel meer vormen mogelijk te zijn! Het lied De allereerste zon uit de nieuwste voorstelling van Sara Kroos heeft mij de afgelopen weken tot een dansend ochtendgebed gebracht. Nadat ik ’s morgens ben opgestaan, mijn persoonlijke verzorging heb gedaan en – met een kop koffie – de krant heb gelezen, zwaai ik mijn balkondeuren open.

Het is maar goed dat ik alleen woon, denk ik dan, want wat je mij vervolgens ziet doen, had ik in de gebedsruimte van ons klooster nooit gedurfd. Ik geniet van de klanken waarmee de kamer zich vult, het ritme wordt duidelijker en versnelt, mijn lichaam reageert, mijn romp beweegt en al snel maken mijn benen stampende bewegingen. De muziek neemt langzaam in kracht toe en zwelt op tot een lofzang.

Ik ken de tekst uit mijn hoofd en zing mee, omdat ik het niet laten kan. De beelden in de tekst komen elke ochtend weer als nieuw naar mij toe. Ze ontroeren mij: op dit moment ontmoeten ‘weten’ en ‘beseffen’ elkaar.

Mijn dagelijks koffiemoment met krant is alsof op een steiger zit, een platform aan de rand van de levensrivier. Terwijl ik daar zit, komt er een boot voorbij en zwaait de man aan het roer naar mij. Met een schok word ik wakker, mijn alleen zijn is doorbroken, mijn bestaan erkend. Zo word ik teruggeroepen naar het dagelijkse, onvolmaakte bestaan van de gehele mensengemeenschap: vanuit de bron van mijn leven en in vertrouwen.

Allereerste zon

Er vaart een boot voorbij, stilstaande reiger.
De man aan ‘t roer zwaait naar mij, ik zit, op onze steiger.

Rivier, boot en zon, zo simpel overvalt het mij,
tot tranen toe geroerd: elke winter gaat voorbij

Refrein
Die allereerste zon, die na de winter komt,
die allereerste zon.
En wat ik steeds vergeet
is dat alles al zo vaak opnieuw begon
met die allereerste zon

Geen kou meer in de grond,
geen rijp meer op de bomen.
Toch denk ik elke winter
dat geen zon ooit door zal komen.

Rivier, oever, gras, bomen waren blad’ren kwijt
Nu mag de sluier af van kale wintertijd

Refrein

Als de avond zachter valt,
de eerste merel zich laat horen,
alsof alles zich uitrekt na een diepe winterslaap.
Als het land wordt voorbereid
en nieuw leven wordt geboren
en ik mijn verloren moed weer bij elkaar raap

Refrein

Uit: Sara Kroos, Van Jewelste

Kent u ook een lied dat als ochtend- of avondmeditatie kan dienen? Mail de redactie!