06 April 2012

De Vraag. Open brief aan een leerling

Ga naar overzicht

8 min

Deel op:

orig jaar april kreeg lekendominicaan Theo Ruiter een hartaanval tijdens het wielrennen. Als hij na acht maanden weer op zijn school komt, vraagt Alwin uit 4 havo hem hoe het gaat. Hij was niet tevreden met het medische verhaal. Theo schreef hem een brief. 'Ik stierf en herkreeg het leven. De wereld is nieuw geworden.’  

De 16-jarige Alwin is een vrolijke, geïnteresseerde jongen, die tijdens mijn lessen levensbeschouwing regelmatig getuigde van zijn keuze voor het atheïsme. Hij vroeg me naar mijn ervaringen.

Beste Alwin,

Theo Ruiter

Zaterdag 16 april 2011 kreeg ik een hartstilstand en viel van mijn fiets. Vriend Gerard keek om en reanimeerde mij. Twee ambulances ijlden naar het Academisch Ziekenhuis in Leiden. In de avond volgde nog een hartaanval. Een operatie redde mijn leven. Ik bleef acht dagen in coma.
Op eerste paasdag ontwaakte ik. Hierop volgden drie weken ziekenhuis en een jaar revalidatie. In november 2011 mocht ik een enkel uurtje per week terugkeren naar school, waar men intensief met me had meegeleefd.

De Vraag
In jouw klas mocht ik voor het eerst als wedergeboren leraar meelopen in een les en mijn verhaal vertellen. Ik gaf de gebeurtenissen netjes weer, ondanks mijn zwakke conditie. Toch verwachtten de leerlingen meer van mij en jij, Alwin, sprak het uit. Het antwoord kon ik op dat moment niet geven, vandaar deze brief.
Je weet dat ik een religieus mens ben. De gebeurtenissen rond mijn gezondheid krijgen kleur vanuit mijn gelovige visie op het bestaan. Geloofsverhalen zijn voor veel mensen slechts wonderlijke verhalen, verbazingwekkend en leuk om te lezen, maar meer ook niet. Voor mij zijn geloofsverhalen deel van mijn leven. De verhalen kleuren mijn bestaan.

Thuiskomst
Op eerste Paasdag ontwaakte ik uit de coma. De verpleegkundige die mij wakker sprak had een diepe stem. Hij riep mij bij mijn naam. Ik hoorde een stem van ver maar zag nog niets. Uiteindelijk kon ik mijn ogen openen en keek ik naar een verpleger met op zijn borst een Grieks medaillon van de verrezen Heer. Ik hoorde zijn vraag: ‘Weet U welke dag het is?’ Ik wees naar zijn medaillon en antwoordde: ‘Eerste Paasdag’. Vervolgens waste hij mijn haren. Het voelde als een hemelse thuiskomst.

Alwin, ik kan nauwelijks verwoorden hoe dankbaar ik ben voor de genade die mij ten deel is gevallen.

Mijn vrouw Yvon en onze jongens kwamen rond mij staan. Een volstrekt geluk stroomde binnen. In de namiddag van de eerste paasdag werd ik overgebracht van het Academisch Ziekenhuis naar de Intensive Care Cardiologie in het Diaconessenhuis. Ik was te zwak om te zitten, maar een dag later zetten twee zusters mij voorzichtig overeind en lieten mij kort naar buiten kijken. De zon, het grasveldje en de ekster in de boom deden mij huilen van schoonheid. Weken leefde ik vanuit een intens gevoel van geluk.

Transparant geworden
De natuur, de mensen, Yvon en de jongens, de vrienden en de honderden kaarten en bloemen maakten mij intens gelukkig. Emotioneel was ik uiterst labiel. Een vriendelijk woord of een tv-uitzending over Koninginnedag, dodenherdenking en Bevrijdingsdag drong diep door in mijn ziel. In mijn zwakheid was mijn bestaan transparant geworden. De schillen die ik om mij heen had gebouwd waren weggevallen. Ik voelde mij als in den beginne, een mens als een pasgeboren kind.
Na thuiskomst bezocht ik voorzichtig ‘mijn’ kerken. In deze kerken is voor mij gebeden. Op veel plaatsen, zoals in school, zijn kaarsen voor mij aangestoken. Religieuze symbolen, als de Paaskaars of een Mariakapel, riepen emoties bij mij op.

Mistroostig
Na enige weken sloop een gevoel van mistroostigheid binnen in mijn leven. Het werd Hemelvaart en het werd Pinksteren. De verhalen van de leerlingen van Jezus herkende ik in mijn eigen bestaan. Hun droefheid bij het sterven van Jezus, de uitzinnige vreugde bij de verrijzenis en daarna de droefenis bij de Hemelvaart van Christus. De leerlingen stonden er nu alleen voor.
In mijn leven zag ik hetzelfde gebeuren. Eerst de grote vreugde dat ik mocht leven. Het overweldigende gevoel van de schoonheid van ons leven – en dan het besef dat ik voortaan beperkt door het leven moest gaan. Wat moest ik als gekwetst mens verder aan met mijn bestaan?

Het toetje van mijn bestaan
Ik weigerde te leven in sombere gevoelens. Pinksteren betekent toch dat je er tegenaan gaat? Gelooft in het nieuwe leven? Heel bewust nam ik mij voor om niet te zeuren, om het gegeven van mijn slechtere gezondheid te accepteren en de hartstilstand en de hersenschade te zien als het begin van een nieuw bestaan. De hartstilstand en de val van de fiets duidde ik voortaan als moment van genade.
De begeleiders en therapeuten in het revalidatiecentrum confronteerden mij vriendelijk en indringend met de wezenlijke bestaansvragen, met het verlies van mijn gezondheid, lichamelijk en geestelijk. Ik was door het oog van de naald gekropen en moest leren genieten van het toetje in mijn bestaan.
In de behandelde gesprekken werd naar mijn religieuze visie op leven en ziekte gevraagd als ondersteunende kracht op weg naar herstel. Ik leerde mijn ego te verliezen en het geluk te zien in de nieuwe wijze waarop ik voortaan in het leven moest staan.
In gelovige woorden: Ik gaf mij over aan Gods Genade.

Paaskaars
Een van mijn eerste gangen onder de mensen was het bezoek aan de dominicaanse kerk in Schiedam. Ik ben dominicaan en ik weet mij gesteund door de dominicanen in Nederland. In de kerk stond de Paaskaars voor het altaar en ik belandde op een stoel vooraan in de kerk, recht tegenover de brandende kaars. Iedereen was verwonderd en blij mij weer te zien.
De bevriende pater heette mij namens de gehele gemeenschap hartelijk welkom en zei dat de paaskaars dit jaar voor mij heel speciaal was. Ik moest bijten op mijn lippen om niet te huilen. Mensen vroegen of de aandacht teveel was voor mij. Het was niet de mens die mij teveel was, maar de brandende kaars met de symbolen van Kruis en Phoenix. In de symbolen van Pasen zag ik mijn leven terug: de dood en het opnieuw tot leven komen.

Kaarsen in Het Steiger, Rotterdam

Waarom ik wel?
De zondag erop bezocht ik een andere dominicaanse kerk: het Steiger. Vooraf knielde ik in het Mariakapelletje en liep vervolgens de kerk in. Velen begroetten mij. Karin, een vriendin, zag dat ik op het randje van huilen stond. ‘Is de aandacht teveel, Theo?’ vroeg zij. ‘Nee’, zei ik, ‘het zijn niet de mensen hier, maar het is Maria in de kapel. Bij haar word ik emotioneel. Bij haar voel ik Gods nabijheid in mijn leven.’
Na de mis sprak Wietske mij aan. Zij vond het fijn en wonderbaarlijk om mijn herstel te zien. Zij sprak over haar broer. Tijdens het sporten had ook hij een hartstilstand gekregen en was in coma geraakt. Haar broer is in die coma gebleven en overleden. Ik schrok. Haar verhaal confronteerde mij met de vraag naar het lot: waarom heb ik geluk gehad en sterft de ander? Op de woorden van Wietske kon ik geen antwoord geven.

De wereld maakt mij
De wereld na de val van de fiets is voor mij een nieuwe wereld geworden. Mensen, natuur, geloof en God beleef ik intenser. In de loop van de tijd en na intensieve revalidatie kan ik weer een beetje terugkeren in mijn oude wereld.
Deze wereld oefent een kracht op mij uit om te leven als vroeger in een veelheid aan activiteiten. Er is een spanning tussen wat ik denk dat de wereld van mij verwacht en wat ik echt wil en kan. Ik voel een verlangen in mij om niet terug te keren, maar de intensiteit van aandacht en leven, het intens proeven, ruiken en tasten in dit bestaan te behouden.
Fysiek en neurologisch ben ik zwak. Ik kan niet meer voluit leven en de dingen doen zoals ik ze altijd gedaan heb. De zwakte geeft rust: geen initiatief, geen activiteit, maar: wachten, horen en luisteren. De zwakte versterkt de schoonheid en de liefde in mijn leven.
Ik ben in een nieuwe dimensie gegroeid. Als gelovig mens gebruik ik de woorden: genade en overgave. Ik voel God meer aanwezig. Ik hoef de wereld niet te maken, de wereld maakt mij.

Paulus
Een schrijver van 2000 jaar geleden is voor mij actueel geworden: Paulus. De man is te groot voor een persoonlijke vergelijking, maar zijn verhaal leeft voor mij. Ik schroom om de vergelijking die in mij leeft aan deze brief toe te vertrouwen, maar jouw vraag verlangt een oprecht antwoord. Paulus was op weg naar Damascus en viel van zijn paard. Lees zijn verhaal maar na! Die val zette zijn leven in een nieuw licht: het Licht van Christus. Paulus voelde zich zwak en ziekelijk en juist hij werd een van de grondleggers van het christendom.
Ik fietste van het Sassenheim naar huis en viel van mijn fiets. Ik stierf en herkreeg het leven. Sindsdien is het licht in mijn leven een nieuw licht. In mijn leven is het geloof in Pasen tastbaar geworden.

Zalig Pasen
Alwin, ik kan nauwelijks verwoorden hoe dankbaar ik ben voor de genade die mij ten deel is gevallen. Ik hoop dat deze persoonlijke tekst met mijn beelden, mijn taal en mijn geloof, antwoord geeft op jouw vraag.

Zalig Pasen.
Met een vriendschappelijke groet,

Theo Ruiter

(De foto’s van Theo zijn gemaakt door zijn vrouw Yvon bij een van zijn eerste voorzichtige ritjes na zijn revalidatie)