11 November 2011

'Vrijheid van godsdienst is fundamenteel'

Ga naar overzicht

Deel op:

e vrijheid van godsdienst is de moeder van de vrijheidsrechten. Op grond daarvan werd voor het eerst het idee ontwikkeld van de onvervreemdbare menselijke vrijheid tegenover welke instantie dan ook. Dat is bepaald niet vanzelfsprekend, betoogt theoloog en lekendominicaan Erik Borgman.

De godsdienstvrijheid ligt op het moment onder vuur. Volkomen ten onrechte wordt de vrijheid van godsdienst beschouwt als een extra recht voor religieuze mensen. Terwijl het recht vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing behelst en evenzeer het atheïsme beschermt.

Probleem? Kracht!
Rechtsfilosoof Paul Cliteur schrijft in zijn Monotheïstisch dilemma dat het probleem van islam, christendom en jodendom is dat zij Gods wil hoger achten dan de wet. Cliteur heeft half gelijk: religieuze mensen onderwerpen zich niet zonder meer aan de wet, ook niet als die democratisch tot stand gekomen is.
De wet staat voor hen onder het oordeel van een hogere instantie. Deze basisovertuiging geldt niet alleen voor joden, christenen en moslims, maar voor ook boeddhisten en sikhs. En voor veel mensen die niet religieus zijn. Cliteur heeft echter ongelijk als hij dit een probleem noemt. Het is de kracht van onze samenleving.

Lees het volledige artikel op de website van Nieuw W!J