12 Juni 2011

10. Vernieuwing en stilstand

Ga naar overzicht

Deel op:

e ontdekking van nieuwe werelddelen – vanaf 1492 – en de Reformatie – vanaf 1517 – brachten ook in de orde nieuwe activiteit op gang. Er waren felle tegenstanders van de nieuwe mentaliteit, maar ook medestanders die soms orde en kerk verlieten om zich in het andere kamp te voegen. De theologie werd opnieuw met enthousiasme beoefend.

Daarbij kregen de ideeën van Thomas van Aquino, (het &thomisme’), hernieuwde aandacht. Dat soort wijsgerig en godgeleerd den-ken stond vooral in dienst van de katholieke Reformatie en van de Contra-Reformatie, zoals blijkt uit het grote aantal theologen van dominicaanse huize op het concilie van Trente (1545-1563). Maar dit denken heeft zich ook grote verdiensten verworven voor het internationale volkerenrecht, want het gaf daartoe de eerste aanzet.

Op de bres voor de &ongelovigen’
Het waren overigens vooral de dominicanen uit de zuidelijke Europese landen, Italië, Portugal en met name Spanje die hier het voortouw namen. De universiteit van Salamanca maakte zich op dit gebied bijzonder verdienstelijk. Twee namen moeten hier worden genoemd: Bartholomé de Las Casas (+ 1566, zie afbeelding), omdat hij zich het lot van de Indianen in Latijns-Amerika aantrok en hun rechten in Spanje verdedigde, en Francisco de Vitoria (+ 1546), een theoloog die bestreed, dat men terwille van de verbreiding van het &ware geloof’ de rechten van ongelovigen als mens zou mogen schenden. Hij was, mag men zeggen, de grondlegger van het volkenrecht.

Absolutisme en ritenstrijd
In de 17de en 18de eeuw drong ook in de zo democratische dominicanenorde de geest van het &absolutisme’ door: hoe langer hoe meer zaken werden vanuit Rome geregeld waarbij de pauselijke curie steeds een vinger in de pap hield. In dat milieu speelde zich ook de onverkwikkelijke &Ritenstrijd’ af. Het ging om de vraag of christenen in China en India mochten deelnemen aan bepaalde ceremoniën die daar gebruikelijk waren, maar die wellicht onverenigbaar waren met de belijdenis van het christelijk geloof. De jezuïeten verdedigden een ruimhartig standpunt, maar de dominicanen het tegendeel. De laatsten wonnen bij de Romeinse curie; eerst in 1939 kreeg het eerste standpunt het terechte gelijk.

Voortkabbelen
Deze twee eeuwen geven overigens, althans wat de dominicanen betreft, geen nieuw elan te zien; ze leverden geen opmerkelijke gebeurtenissen op. Het lijkt of het dominicaanse leven voortkabbelt op de eenmaal uitgezette koers tot de geest van de Verlichting (18e eeuw) een klimaat schiep, dat niet bevorderlijk was voor het toenmalige kloosterleven. Ook de dominicanenkloosters raakten ontvolkt bij gebrek aan nieuwe kandidaten.
In het begin van de 19e eeuw bracht de oprichting van een geheel nieuwe provincie, een regionale afdeling van de orde, in Noord-Amerika hoop op een nieuwe toekomst. De afkeer van de (Franse) revolutie en de geest van de Romantiek bevorderden, althans in Europa, mede een herleving van de kloosters.

Klik hier om verder te lezen