06 April 2011

Meister Eckhart (1260-1327)

Ga naar overzicht

Deel op:

a zeven eeuwen staat Eckhart in onze tijd weer volop in de belangstelling, zozeer zelfs dat hij vaak wordt gezien als één van de opvallendste middeleeuwse mystici. Een portret op basis van een lezing van Leo de Jong o.p.

In het jaar 1311 bevond zich een merkwaardig gezelschap dominicanen in het klooster van St. Jacques te Parijs, onder wie ‘Meester’ Eckhart o.p.

In de stad werd het proces gevoerd tegen een vrouwelijke religieuze: de begijn Margarète de Porète. De officiële kerk voelde zich behoorlijk bedreigd door de geschriften van deze vrouw.

‘Meister’

Margarete van Porete, 1250-1311

Zij sprak over het bestaan van een ‘Kleine Kerk’ in de individuele geest van ieder mens, waar God tenminste even goed te ontmoeten was als in de officiële ‘grote, sacramentele kerk’ van paus, bisschoppen, priesters.

Het proces eindigde op de brandstapel, maar dat verhinderde niet, dat de ideeën van deze vrouw in heel West-Europa de vrouwenkloosters en begijnhoven deden zinderen!

 

In het klooster van St. Jacques woonde in de jaren rond dit proces ook een dominicaan uit het Rijnland: Eckhart. Hij was ex-provinciaal – in die functie bezocht hij het klooster in Groningen – en docent; vandaar zijn titel: ‘Meister’ Eckhart. Nu was hij gevraagd om een paar jaar gastcolleges in de theologie te geven op de universiteit van Parijs.

New age avant la lettre
De magister-generaal kwam op bezoek en besefte blijkbaar dat een brandstapel niet het juiste antwoord was op moderne religieuze ideeën. Toen ‘ontdekte’ hij Eckhart. Hij vroeg hem deze ideeën serieus op te pakken en tegelijk voor al te hevig uitglijden te behoeden.

Blijkbaar had hij gemerkt, dat ook Eckhart gevoelig was voor deze New Age avant la lettre. Eckhart kreeg van de overste van de orde de zorg over de Zuid-Duitse zustersconventen langs de Rijn, van Keulen tot Zwitserland.

‘Wie God alleen ontmoet in de vroomheid van het gebed of in de kerk, maar niet in de stal of in de keuken, heeft er nog erg weinig van begrepen’

Daarmee begon zijn grote werk, dat enorm bevrijdend was voor degenen, die zijn preken aanhoorden. De stijl ervan is uitdagend, prikkelt tot kritisch nadenken. Eckhart vindt dat mystiek niet iets is voor een geleerde elite, maar voor gewone, religieus gevoelige mensen. Hij gebruikt dus ook de volkstaal en niet alleen het Latijn.

Veraf en nabij
Zijn religieus besef golft heen en weer tussen twee polen, die met ons logische verstand niet met elkaar te verenigen, maar toch allebei fundamenteel wáár zijn. God is het mysterie-bij-uitstek, nooit te bevatten in menselijke woorden. En toch is diezelfde God zo ontzaglijk nabij, dat de diepste grond van mijn menselijke geest en God zelfs samenvallen.
Eckhart heeft een broertje dood aan religieuze navelstaarderij. ‘Wie God alleen ontmoet in de vroomheid van het gebed of in de kerk, maar niet in de stal of in de keuken, heeft er nog erg weinig van begrepen’.

Ook zijn eigen preken relativeert hij. Eens besluit hij een heel moeilijke preek met de volgende opmerking: ‘Wie deze preek verstaan heeft, gun ik het graag. Wanneer niemand hier geweest zou zijn, had ik hem voor dit offerblok moeten houden’.

Dood en niet dood
Eckhart wil mensen bereiken die de bekende kaders durven te doorbreken. Dit is een waagstuk, want je valt uit de toon; zelfs uit je eigen toon. De aanklachten van de conservatieven bleven dan ook niet uit. Eckhart trok naar het pauselijk hof om zijn ideeën te verdedigen, maar dat lukte hem maar ten dele.

Voordat de veroordeling hem bereikte, stierf hij, op een onbekend tijdstip en een onbekende plaats. Maar hij werd niet vergeten. Juist in onze tijd, waarin ook wij gemerkt hebben, hoe relatief onze ‘grote verhalen’ over God, godsdienst en zingeving zijn, trekt Eckharts zoeken naar intieme aanwezigheid van de Eeuwige, juist in de leegte van het ‘niet-weten’, weer veel belangstelling.

Dit is een deel van een lezing die Leo de Jong o.p. hield ter gelegenheid van de reizende tentoonstelling ‘Predikers te pas en te onpas’. Lees hier de grondervaring van Leo de Jong.

Zie voor meer informatie en literatuur ook deze pagina van de website van lekendominicaan Otto Vervaart.

Meister Eckhart o.p., 1260-1328