Kopstukken

Albertus de Grote (ca. 1200-1280)

Leestijd 6 min.

l tijdens zijn leven werd hij 'Albertus de Grote’ genoemd, deze intens gelovige én nieuwsgierige dominicaan, patroon van de wetenschap. Fragment uit een inleiding door Edward Schillebeeckx, uitgegeven door het Albertinumgenootschap.

Na Albertus’ dood ontstonden er in de Rijnstreek al gauw tal van volksgedichten die de daden en wijsheid van deze ereburger van Keulen bezongen. Zoiets mag voor een deel bol staan van middeleeuwse volksverhalen, maar legenden moet je verdienen; die schenkt men je niet cadeau tenzij op historische gronden. Legenden verhalen soms de metafysiek van de werkelijkheid, zoals aloude scheppingsmythen dit doen.

Historisch zeker is dat Albertus zich tot levenstaak stelde om de Arabische en aristotelische filosofie voor heel het Westen begrijpelijk te introduceren. In feite deed hij dit terwijl hij achtereenvolgens tevens prior was van een klooster, provinciaal van de ordesprovincie Teutonia, bisschop van Regensburg, pauselijk legaat en boeteprediker in het Duitse rijk en zelfs in Polen.

Diplomaat, onderzoeker, mysticus

Albertus heeft tot driemaal toe een bloedig conflict tussen de prins-bisschop van Keulen en de vrije Keulse burgerij ten goede weten te beslechten. Hoogbejaard toog hij nog naar het concilie van Lyon om voor de burgers van die stad op te komen. Hij speelde bovendien een niet geringe positieve rol tijdens de ellende van het interregnum en bij de uiteindelijke keuze van Rudolf van Habsburg tot keizer.

Hij bestudeerde mijngroeven, marmer en mineralen, trainde valken, gaf boeren en tuinders raad. Hij was een groot theoloog en een argeloze, soms naïeve man.

Albertus was ook een man die op zijn apostolische reizen in het voorbijgaan mijngroeven bestudeerde, mineralen ontleedde, uitleg gaf hoe kalksteen marmer werd en hoe tijdens dit proces het marmer door afkoelende hittegolven allerlei, ook menselijke figuren kon gaan vertonen. Bij de herbouw van de dom van Keulen bestudeerde hij de oude Romeinse fundamenten, wist valken af te richten, leerde broeder tuinier hoe je groenten beter en voordeliger kunt kweken en gaf boeren raad bij de veefokkerij.

Daarnaast was Albertus een stille mysticus, de enige in de middeleeuwen die commentaren schreef op alle werken van pseudo-Dionysius en hiermee oriëntatie gaf aan een lange mystieke traditie. Tenslotte was Albertus ook een wat argeloze en soms naïeve man, met een innige, kinderlijke devotie tot Maria en de menselijke lijdensgeschiedenis van Jezus.

albertus magnus stamp

Levensloop

Omstreeks 1200 werd Albertus geboren in een klein stadje aan de Donau, Lauingen, in de streek van Augsburg. Met een knecht van zijn vader heeft hij daar vaak rond gezworven en met grote intensiteit de natuur geobserveerd.

In 1222 gaat hij de ‘artes liberales’ bestuderen, de zogenaamde vrije kunsten, maar dat was niet naar zijn zin. Op zekere dag komt de dominicaan Jordanus van Saksen, die een grote aantrekkingskracht op de jeugd van die tijd had, de universiteitspredicaties houden in Padua. Deze Jordanus was zelf nog maar twee jaar in de orde opgenomen, maar hij was Dominicus, de stichter van de orde, al opgevolgd als magister-generaal.

Tussen Keulen en Parijs

Na aarzelingen meldt Albertus zich bij Jordanus, die hem prompt naar Keulen stuurt om in zijn eigen vaderland het noviciaat en de studies te beginnen. Albertus volgt er een traditioneel monastieke opleiding en wordt theologisch adviseur van een klooster, voor de permanente vorming van de predikbroeders.

Albertus is ongeveer 31 jaar wanneer hij met een academische opdracht naar Straatsburg wordt gezonden. In vijf jaar tijd komen grote theologische werken tot stand en krijgt hij de naam de grootste geleerde van heel het avondland te zijn. Dit gerucht bereikte Parijs dat eertijds, Europees gezien, het academisch centrum van de wereld was. Daar wordt Albertus als eerste niet-Fransman benoemd.

Albertus_Magnus-denkmal-Keulen

Standbeeld van Albertus, patroon van de natuurwetenschappers, bij de Universiteit van Keulen.

Aristoteles

Albertus ontdekt er de filosofie van Aristoteles, pas net herontdekt via Arabische vertalingen en commentaren. Hij wordt een autoriteit op dat gebied, maar krijgt in de jaren daarna taken als regent van de dominicaanse faculteit van Keulen en provinciaal van de Duitse provincie (Teutonia).

In 1259, Albertus is dan op zijn verzoek al geen provinciaal meer, zien we een driespan aan het werk, dat een revolutie in de dominicaanse vorming van de jonge fraters teweeg bracht: Albertus de Grote, Thomas van Aquino en Petrus van Tarantaise, de latere paus Innocentius V.

Deze drie voortrekkers braken met de monastieke theologie, die ook bij de dominicanen heerste, en introduceerden als verplichte vakken voor de fraters studenten de Arabische en aristotelische filosofie in het theologisch curriculum van de Orde.

Dood en betekenis

In de laatste twintig jaar van zijn lange leven is Albertus nog kort bisschop en vervult hij vele vredesmissies. Zelfs als 77-jarige reist hij nog naar Parijs om de theologie te verdedigen van de intussen gestorven Thomas van Aquino, die door bisschop Tempier van Parijs veroordeeld dreigde te worden.

Nog volkomen lucide van geest schrijft hij in januari 1279 zijn testament. In augustus van datzelfde jaar verliest hij zijn geheugen, begint wartaal te spreken en heeft vele huilbuien. Hij is gewoon een oud mens geworden, opgebrand. Op 15 november 1280 sterft hij in zijn geliefde klooster te Keulen.

 

6-thomas-en-albertus

Thomas en Albertus. Raam in het Dominicanenklooster Huissen.

Hoe geleerd hij ook was, Albertus was in alles en allereerst de pastorale zielzorger. Voor hem was de natuur met haar bomen en stenen, mineralen en dieren, de maatschappij met haar goede mensen en middeleeuws-duivelse intriganten, juist de wereld van God.

Actief contemplatief

Zijn politiek engagement, zijn mystiek, zijn omgaan met bisschoppelijke financiën en zoeken naar een authentieke tekst van Aristoteles of Ibn Rosh of Maimonides waren bij hem telkens uitdrukking van één en dezelfde spiritualiteit.

Van hem leerde Meester Eckhart dat niet de contemplatieve Maria maar de bezige Martha het voorbeeld van de echte mysticus is: ‘contemplativus in actione’, een contemplatief iemand te midden van koortsachtige activiteiten.

Via zijn leerling Thomas van Aquino beïnvloedde Albertus heel de scholastieke theologie tot vóór het Tweede Vaticaans Concilie, en via zijn andere, wellicht nog meer geliefde en mentaal meer nabije leerling, de dominicaan Ulrich van Straatsburg, die meer gefascineerd was door de neo-platoonse ideeën van Albertus, staat Albertus aan de oorsprong van de mystiek van Meester Eckhart, Tauler, Heinrich Seuse en Ruusbroec en wat later van Nikolaas van Kues, een der peetvaders van de moderne tijd.

De heilige Albertus is kerkleraar en patroon van de wetenschap

Bovenstaande tekst is een fragment uit een lezing van Edward Schillebeeckx, onlangs opnieuw uitgegeven door het jubilerende Albertinumgenootschap.