26 September 2018

'Laat me niet staan in mijn aarzelend groeiende vertrouwen'

Ga naar overzicht

2 min

Deel op:

We bidden niet in de eerste plaats opdat de wéreld door ons toedoen zou veranderen, maar opdat de wereld óns niet verandert, onze ziel niet in haar greep krijgt.’

Het slot van het evangelie is pijnlijk, voor de leerlingen welteverstaan. “Waarom konden wij die kwade geest niet uitdrijven?”, vragen zij aan Jezus. Diens antwoord luidt: “Dit soort is er door niets uit te krijgen, alleen door gebed.” Dat misten de leerlingen dus, ‘het gebed’.

Maar waarom kunnen kwade geesten ‘alleen door gebed’ uitgedreven worden? Het antwoord op die vraag lijkt me te zijn: omdat datgene wat wij bidden noemen, ten diepste een ‘oefening in vertrouwen’ is. Wanneer wij bidden, leggen wij ons ego af en vertrouwen wij ons toe aan wie of wat ons overstijgt. We bidden – zo zei ooit de Duitse theologe Dorothee Sölle – niet in de eerste plaats opdat de wéreld door ons toedoen zou veranderen maar we bidden opdat de wereld óns niet verandert, onze ziel niet in haar greep krijgt.

Wie bidt, onttrekt zich aan de oeverloze discussies die onze wereld eigen zijn en plaatst haar of zijn bestaan in een nieuw perspectief. Wie bidt, kiest voor vertrouwen, leeft en handelt vanuit vertrouwen in de komst van het Koninkrijk van God.

“Alles kan voor wie vertrouwen heeft”, zegt Jezus. Maar wellicht is dat voor ons nog te hoog gegrepen – eerlijk gezegd: voor mij is dat erg hoog gegrepen. Ik herken me eerder in wat de vader zegt: “Ik heb vertrouwen! Laat me niet staan in mijn aarzelend groeiende vertrouwen.”

*

Uit de overweging van lekendominicaan Jan van Hooydonk in de viering van Schrift en Tafel in de Stevenskerk Nijmegen, op 16 september 2018. Lees de hele tekst.