07 Mei 2018

Willy Rams (95): 'Volg je dromen, pak je kansen'

Ga naar overzicht

5 min

Deel op:

ij was dominicaan in Ryckholt, Curaçao, Rome, Huissen en Nijmegen. Overal was Willy Rams kunstenaar en ook op hoge leeftijd is hij dat nog steeds.

Een portret uit het blad van het kloosterbejaardenoord Aqua Viva in Nijmegen.

Willy Rams o.p. (2008)

Wilt u zich even voorstellen?

‘Mijn naam is Wilhelmus Cornelis Rams, maar zeg maar Willy. Ik ben geboren op 10-10-1922 te Utrecht op de Korenbloemstraat. Ons gezin bestond uit vader, moeder, mijn broer en ik. Vader was aannemer, waardoor ik gebruik kon maken van zijn tekenmaterialen, en ik daardoor interesses ontwikkelde.

Vader is in 1943 overleden. Moeder heeft de hoge leeftijd van 90 jaar bereikt. Helaas is mijn broer ook overleden en ben ik nog als enige over van het gezin.’

Hoe lang woont u op Berchmanianum/Aqua Viva?

‘Ik woon hier sinds 2016, eerst op Berchmanianum waar ik kwam revalideren van een gebroken heup, in dat mooie gebouw had ik graag willen blijven wonen. Nu hier op Aqua Viva, zo goed als hier heb ik het nooit gehad, dit is echt een droomhuis, geweldig… het bevalt me hier prima.’

Welke school-en studiekeuzes maakte u in uw jeugd?

‘Ik heb de lagere school doorlopen. Daarna ben ik eerst in een boekhandel gaan helpen, leuke anekdote hierover is, dat ik daar de stoep moest vegen en dat Prins Bernhard dan voorbij kwam in zijn witte Ford. Ook heb ik in een rokerswinkel gewerkt, mijn vader had een pandje gehuurd in Amersfoort en daar verkocht ik rokersartikelen. Het winkeltje is gestopt in de oorlog omdat ik moest onderduiken.

Droombeeld Stad-Mens-Dier, 1974. Olieverf op linoleum, 60 x 80 cm.

Doordat mijn vader aannemer was zei ik toen ik 14 was tegen hem: “Vader, Ik wil graag architect worden”. Hij vond dit prima, maar mijn interesse hierin duurde niet lang. Mijn droom was toch om kunstenaar te worden. Mijn ouders gaven aan dat daar geen brood in te verdienen was, maar ik mocht het wel gaan leren als ik dat graag wilde.

In Soest woonde een kunstenaar, meneer Wijman. Daar mocht ik twee uurtjes in de week komen tekenen. Dit heb ik een paar jaar gedaan, tot dat ik moest onderduiken in 1942 vanwege de Duitse bezetting.’

Hoe verliep uw verdere loopbaan?

‘Na de oorlog wist ik niet goed wat ik moest gaan doen. Ik bracht een bezoek aan het Albertinum in Nijmegen, voelde me daar thuis en besloot om broeder-dominicaan te worden.

In 1946 trad ik als broeder in, ik ben begonnen in de huishouding op het Albertinum. Aan kunstschilderen kwam ik niet toe. In 1954 werd ik overgeplaatst naar het Zuid-Limburgse Ryckholt, het was een oud klooster en er zaten maar een paar dominicanen. Daar heb ik de schilderkunst weer een beetje opgepakt, ik leerde daar een schilder kennen, de heer Hanebrink. Ik ging er iedere week naar toe, die man inspireerde me.

In 1959 ben ik overgeplaatst naar Curaçao, naar het Pius-seminarie. In eerste instantie wist ik niet wat ik daar moest, maar de invulling kwam al gauw. ‘s Morgens maakte ik het seminarie schoon en ‘s middags in mijn vrije uren ging ik er op uit om in de brandende zon te schilderen, vooral de bomen intrigeerde me: krom gewaaide dividivi’s.

Dividi Boom (1990), gemengde techniek en pen, 190 x 290 mm

Ik voelde me thuis in Curaçao. De rector van het ziekenhuis, pater Hulsman, liet me een tentoonstelling houden in het ziekenhuis zodat ik financiële middelen in handen kreeg om materialen te kopen.

In 1965 ging ik op vakantie naar Nederland in de veronderstelling dat ik weer terug zou keren naar Curaçao, maar het seminarie daar werd gesloten en ik moest in Nederland blijven. Zo kwam ik weer in Huissen terecht.

Ik wilde in Weurt een tekenacademie volgen, maar men vond daar dat ik te goed was – in de schilderskunst – om deze cursus te volgen. Ik heb me daarna in Arnhem aangemeld voor de grafische afdeling van de academie.

Na een paar jaar werd ik overgeplaatst naar Rome, op Santa Sabine. Waar ik me op Curaçao thuis voelde, had ik dat in Rome totaal niet.

In 1971 kwam ik als portier weer in Ryckholt terecht. Op mijn vrije middagen trok ik er met mijn vriend Theo Hanebrink op uit. Ook leerde ik schilder-beeldhouwer Charles Eyck kennen, hij nodigde me uit om iedere week één dag bij hem te komen werken. Dit heb ik tot mijn spijt niet gedaan, omdat ik dan mijn vrije middagen met Theo moest opgeven.

Het atelier van Willy Rams in de Kronenburgersingel.

In Ryckholt ben ik ook met klei gaan werken. Ik heb ook nog een periode getekend voor het catechetisch tijdschrift Inzet, totdat deze werd opgeheven.

In 1977 ben ik terug gegaan naar Nijmegen naar het Albertinum, hier had ik op zolder een atelier waar mijn leerlingen kwamen. Later gaf prior Wim van Haaren mij de gelegenheid om te verhuizen naar een atelier op de begane grond, mijn atelier kreeg de toepasselijke naam De Schors. Met heel veel plezier heb ik daar gewerkt.

Masker (1983), keramiek,

In 1979 werd ik geaccepteerd als lid van de gemeenschap van Gelderse Beeldende Kunstenaars, ook werd ik lid van het Algemeen Kristelijk Kunstenaars Verbond.

Ik heb nooit spijt gehad van mijn intrede bij de dominicanen. Zonder de orde was ik nooit zover gekomen.

In 1995 werd het Albertinum als klooster opgeheven en ben ik meeverhuisd naar de Kronenburgsingel in Nijmegen. Gelukkig had ik hier ook nog een atelier. Maar heel veel van mijn werk heb ik toen ook afgegeven, omdat het allemaal niet mee kon verhuizen. In menig huishouden prijkt dus een Rams aan de muur.

In 1995 kreeg ik na het overlijden van mijn moeder een erfenis. Ik heb dit gemeld bij de prior, dankzij deze erfenis mocht ik een boek uitgeven: Willy Rams, geschreven door Lidy van Mourik Broekman.

De laatste bewoners van wat officieel ‘Huis van het Heilig Hart van Jezus’ heette: Antoon Stikvoort, Jacques van der Lee en Willy Rams.

Nadat het pand op de Kronenburgersingel verkocht was ben ik naar Berg en Dal verhuisd. Na een val waarbij ik mijn heup brak kwam ik terecht op Berchmanianum / Aqua Viva. Hier op Aqua Viva is er weer gelegenheid om te boetseren, dankzij de activiteitenbegeleiding. Ook teken en schilder ik nog steeds op mijn kamer, ik heb nog ontzettend veel inspiratie.’

Hebt u nog een wens of boodschap voor de lezers?

‘Je dromen volgen, en je kansen pakken.’

*

Eerder verscheen:
Willy Rams in digitale galerie van de Orde
Ode aan broeder-kunstenaar Willy Rams

RAMS Dominic-small

Dominicus, Willy Rams 2007