16 Februari 2018

‘Ik kende hem niet, wonderlijk hè?’

Ga naar overzicht

5 min

Deel op:

rnst Marijnissen o.p. was een rustige man, die tot op het allerlaatst gepassioneerd opging naar het Geheim, een lang leven lang. Zo tekende zijn medebroeder Henk Jongerius hem in zijn preek bij de uitvaart op 16 februari 2018 in Huissen.

Zie ook: Ter herinnering aan Ernst Marijnissen

Gelezen: 1 Johannes 4,7-16 en Lucas 9,28-36

In de glossy ‘Klooster’ vertelt Annemiek Schrijver hoe de vergaderingen van de redactie van het tijdschrift Geloven onderweg verliepen, met name hoe wij ‘ademloos aan de lippen hingen van Ernst Marijnissen, wanneer hij het bijbels thema voor een nieuw nummer altijd op een weergaloze wijze ontvouwde, waarna de creativiteit van de vergadering van gelovigen losbarstte…’

Inderdaad, deze op het eerste gezicht altijd rustige man kreeg vleugels wanneer hij ons een passage uit de Schrift toelichtte door erin de verbanden met het grote verhaal te verhelderen. Hij wist dan ook bijna van geen ophouden.

Ik kan mij heel goed voorstellen hoe het eraan toe is gegaan in de vele cursussen die Ernst gaf in het kader van de toerusting voor vrijwilligers in het pastoraat en in het bijbels leerhuis hier in ons klooster dat hij alles bij elkaar dertig jaar verzorgde.

Van zijn eerste leerhuis over het Johannesevangelie verschenen vier boeken en ook van een aantal andere verschenen gedrukte exemplaren.

0101

Van meet af aan was Ernst een leraar, eerst in Rotterdam en later ook in Leeuwarden waar hij aan de ‘Open Deur’ geloofsonderricht gaf.

Hij ontwikkelde zich tot een bekwaam catecheet en werd zodoende voorzitter van de Nationale Raad voor Catechese en het Hoger Catechetisch instituut in Nijmegen.

In die functie deed hij ook zijn zogenaamde ‘Romeinse’ ervaring op. Ter verdediging of goedkeuring van een nieuw ontwikkelde catechetische cursus werd hij in Rome geconfronteerd met de ambtenarij van de monsignori die er niet voor terugschrokken om voor zijn vertrek bepaalde gesprekken als niet te hebben plaatsgevonden aanduidden en hem met lege handen naar Nederland lieten terugkeren.

In de laatste week van zijn leven heeft hij mij dat nog eens uitgebreid verteld. Het was als een open wond die hij met zich meedroeg.

Ook andere ingrijpende ervaringen hoorden erbij. In de straat waarin hij met zijn ouders woonde waren de buren aan beide kanten Joods en hij moest het aanzien dat zij met vele anderen werden afgevoerd.

Hebben deze en andere ervaringen hem doen zoeken naar de waarachtige bron van geloven die hij gevonden heeft in de Bijbel? Een feit is dat hij zowel door het werk van de toerustingscursussen die geënt waren op de verhalen van de grote Bijbelse woorden en door zijn werk in het leerhuis tot een groot Bijbelkenner en exegeet is uitgegroeid.

De kloosterkapel tijdens de uitvaart.

Toch ging het Ernst niet om kennis van de Bijbel, maar om ‘medigese’, een woord dat hij overgenomen heeft van Willem Barnard en waarmee bedoeld wordt dat exegese en meditatie elkaar over en weer bevruchten.

Het bijbels verhaal wil ons thuis brengen en doen beleven hoe God met mensen omgaat, het wil een wijze van leven, van spiritualiteit in ons bewerken, het is een profetisch getuigenis dat ons tot het doen van gerechtigheid uitdaagt en prikkelt.

Prior Paul Minke tijdens het tafelgebed.

Hiervan legt hij als een groot slotakkoord van zijn leven verantwoording af in het laatste boek dat hij schreef De waterdruppelHet is zijn levensverhaal, zijn testament, een ‘histoire d’une âme’.

Hij vertelt ons erin hoe hij wegraakte van de God zoals die in geloofswaarheden werd beschreven en beleden en toegroeide naar een geboeid zijn door het grote geheim dat hiermee wordt aangeduid.

Hij raakte ‘weg’ van God omdat hij aangeraakt was door het vuur dat het in hem losmaakte en het waarachtige leven dat daardoor in het vizier kwam.

Hij kwam in de ban van de God ‘die niemand ooit gezien heeft’, zoals Johannes ons zegt, maar die verschijnt in de Joodse man die voor het vuurpeloton staat en in hem de vraag doet mompelen ‘waar is God?’ En dan antwoordt een man naast hem ‘daar staat hij’.

Ernst schrijft dan: ‘ik kon hem amper verstaan’.

Om dat geheim te verstaan en lief te hebben moet je met de leerlingen omhoog, de berg Thabor op, vertelde Ernst aan zijn huisgenoten in het ziekenhuis, alles achter je laten, geen tent opslaan maar omhoog gaan, omhoog!

Die weg is hij in stilte gegaan, daartoe gewenkt door een gestalte die hem een paar keer in de nacht verscheen in het ziekenhuis.

‘Ik kende hem niet, wonderlijk hè’, zo zei hij tegen mij.

Maar voordat hij die eenzame gang volbracht, sprak hij met iedereen van de communiteit, bijna in monoloog, als een aartsvader die van iedereen afscheid nam en was er achteraf blij en dankbaar om.

Eén grote wens vervulde hem: dat zijn boek, zijn levensverhaal, een gesprek zou opleveren, zoals hij dat deed met Eugène, de man van Eleanor en zo mensen meer en meer op het spoor zouden komen van het grote Geheim dat zijn leven heeft getekend.

Tot op het laatst was hij ermee bezig en is bij volle bewustzijn in dat Geheim binnengegaan. Moge nu voor hem in vervulling gaan wat hij als laatste woorden in zijn boek schreef over de waterdruppel:

Hij valt en landt in zachte grond

verzinkt pijnloos in vruchtbare aarde

tijdloos domein van sprakeloos leven.

Dag Ernst, lieve broeder, goede vriend, bedankt voor jouw leven en rust zacht!

*

Zie ook: Ter herinnering aan Ernst Marijnissen

Zus Elza Marie haalde tijdens de uitvaart lichtvoetige herinneringen op aan de jonge jaren van haar broer, die 91 jaar mocht worden.

Ernst Marijnissen is bijgezet in de grafkelder van het Dominicanenklooster in Huissen.