10 November 2017

Dominicus' reis naar 'de Marken'

Ga naar overzicht

4 min

Deel op:

n de geschiedenisboeken staat dat Dominicus met zijn bisschop Diego vertrok naar 'de Marken, vermoedelijk Denemarken’. Dominicaan Peter Wols twijfelt daaraan en pleit voor 'le Marche’ in Midden-Italië.

door Peter Wols o.p.

Schrijvers over het leven van Dominicus (1174-1221) laten ons in het vage over de twee reizen die Dominicus gemaakt heeft als reisgezel van Diego, bisschop van Osma (Spanje) naar ‘de Marken’.

De aanleiding van deze reizen

Op 13 mei 1203 ontmoet koning Alfonso VIII (1155-1214) van Castilië bestuurders en geestelijken in de stad San Esteban de Górmaz. Ook koningin Eleonora en hun zoon Ferdinand van Castilië zijn aanwezig.

De koning geeft aan bisschop Diego de opdracht het huwelijk te arrangeren van hun zoon Ferdinand met een prinses ‘uit de Marken’.

Ook recente biografen zoals Simon Tugwell en Paul Hellmeier gissen waar ‘de Marken’ liggen: Noord-Duitsland, Denemarken of Scandinavië? Het lijkt alsof ze in 1203 op goed geluk naar ‘het noorden’ worden gestuurd. Maar dat kan zelfs een koning toch niet vragen?

De streek ‘Le Marche’: ver weg of dichtbij?

Marche in het huidige Italië, ruim 1600 km van Osma in Spanje.

Zoekend op internet typte ik ‘le Marche’ en kreeg Midden-Italië op het scherm. Deze website meldt: ‘Le Marche is gelegen in het midden van Italië, tussen de Apennijnen en de Adriatische zee.

In het Noorden grenst het aan de regio Emilia Romagna; in het Westen aan Umbrië en in het Zuiden aan de Abruzzen. Het Noorden van Le Marche, tussen Pesaro en Fano en landinwaarts, kenmerkt zich door een afwisselend heuvellandschap dat al snel overgaat in bergen.

Het Midden vanaf Ancona landinwaarts, is wat weidser met brede dalen die ook daar de bergen inlopen. Het Zuiden is met name aan de Adriatische Zee iets meer mediterraner met palmbomen aan de stranden.’

De vraag komt op: Kunnen dit ‘de Marken’ zijn waarover historici zwijgen?

Om het eens precies na te lopen:

Bisschop Martinus de Bazan (+ 21 juli 1201) neemt in 1197 of 1198 Dominicus op in het domkapittel van Osma (Spanje). Prior is dan de koorheer Diego de Azevedo (+1207).

In 1199 wordt Dominicus aangesteld als ‘Sacrista Maior’, beheerder van de kerkschatten. Voor deze functie moet je priester zijn.

14e eeuwse fresco van Dominicus, die naar schatting zo’n 15.000 km te voet aflegde – na zijn reizen met bisschop Diego, die waarschijnlijk te paard gingen.

Na het overlijden van bisschop Martinus op 21 juli 1201 wordt prior Diego aangesteld als nieuwe bisschop van Osma. In 1201 wordt Dominicus gekozen als supprior van het domkapittel.

In mei 1203 ontmoet de koning van Castilië bisschop Diego. Hij draagt hem op naar ‘de Marken’ te gaan, om een huwelijk te arrangeren voor zijn zoon Ferdinand van Castilië.

In oktober 1203/1204 (Hellmeier p. 38) vertrekken Diego en reisgezel Dominicus vanuit Osma richting Toulouse (Zuid-Frankrijk). Daar vindt een ontmoeting plaats met de herbergier: een bekend verhaal.

Waarheen de reis dan verder gaat, wordt niet vermeld. Ook niet over gebeurtenissen onderweg. Wel wordt vermeld dat ze in februari 1204 in Osma zijn teruggekeerd.

Eind oktober 1205 begint de tweede reis naar ‘le Marche’, de ‘Marken’. Er wordt gemeld dat de prinses afziet van het aanzoek. Diego stuurt een bericht naar het hof in Castilië.

Diego en Dominicus bezoeken op hun terugreis paus Innocentius III in Rome. Bisschop Diego vraagt de paus hem te ontheffen van zijn bisschopsambt, omdat hij zich liever inzet in het bekeringswerk van de katharen.

De paus willigt zijn verzoek niet in en raadt hem aan naar Osma terug te keren.

In januari 1206 ontmoeten Diego en Dominicus in Montpellier de pauselijke gezanten. Samen voeren ze gesprekken met katharen in Zuid-Frankrijk en preken voor de bevolking.

De vraag blijft: waar liggen ‘de Marken?’ Gezien de data van de twee reizen kan hun reisdoel niet liggen in Noord-Duitsland, niet in Denemarken, niet in Scandinavië.

De afstand vanuit Osma is te groot voor een trektocht, waarbij lopend 30 km per dag het maximum is. Een tocht per paard: 60 km per dag. Ook het jaargetijde is slecht: de eerste reis in het najaar, tegen de winter aan; de tweede reis eind oktober 1205.

Het antwoord

Tekst van de genoemde site: ‘Le Marche werd vóór de komst van de Romeinen bewoond door twee volken: de Piceni en de Senonische Galliërs. De Piceni behoorden tot de Italische volken en hebben zich tegen het eind van het tweede millennium vóór Christus in de regio le Marche gevestigd.’

Rond het jaar 1000 – vrij kort voordat Diego en Dominicus gaan reizen – draagt heel de streek de naam ‘le Marche’. Dit woord is afgeleid van het Germaanse woord ‘Mark’, dat staat voor grens of markering, vrij vertaald: ‘Regio op de grens’.

Op grond van de feitelijkheid zoals beschreven ligt het gebied van ‘de ‘Marken’ in Midden-Italië. Misschien had het huis van Castilië daar relaties.

Peter Wols o.p.

*

Over de auteur verscheen eerder: ‘Ik breng mijn dagen door met zijn die ik ben’