21 April 2017

Terug naar je verleden (2)

Ga naar overzicht

6 min

Deel op:

ominicaan Ernst Marijnissen kan als bijna 91-jarige een lange periode overzien en doet dat met scherpte en gevoel voor detail. Ben Vocking o.p. en Wil Vermeulen o.p. interviewden hem voor het papieren Bulletin van de provincie. Een samenvatting van deel 2.

Klik hier voor deel 1

Ernst Marijnissen o.p.

In 1956 werd Ernst Marijnissen o.p. (1926) godsdienstleraar op de MMS van de dominicanessen van Voorschoten, terwijl hij ook pastoraal werk deed in de Provenier in Rotterdam. In 1959 werd hij naar Leeuwarden overgeplaatst, waar hij een van de zeven broeders was.

‘Ik kwam in 1959 bij de Open Deur. Van mensen met een gemengde verkering moesten we de niet-katholieke partij katholiek maken, zo werd het in de jaren vijftig nog gezegd. Ze kregen een jaar elke week les, daarna nam je contact op met de bisschop en werd je pupil in de kerk opgenomen. Ik heb samen met Eric Rodenburg tussen de 200 en 250 mensen in de katholieke kerk opgenomen.

In het bisdom Groningen was elf procent rooms-katholiek. Ik had er gesprekken met predikanten en met leerlingen, het was heel open, er bloeide een wereld voor mij open. Ik herinner mij één interessante ervaring: wij spraken in een kring eens over Avondmaal en Eucharistie, en de gespreksleider vroeg ons naar wat wij erin ervoeren. Iedereen zei: “Wij beleven dan de aanwezigheid van Christus”. Ik vond dat een heerlijk moment.’

Hoe lang is dat geleden?

‘Zo rond 1962, toen speelde net het Tweede Vaticaans Concilie. De oecumene dwong mij om opnieuw de geschiedenis van de Reformatie te bestuderen en ook haalde ik mijn exegese op.

De dominicanessen van Neerbosch stuurden drie zusters naar Ameland en drie naar Leeuwarden, waarvan één voor de Open Deur. Onze staf kon toen een begin maken met buitenschoolse catechese. Er waren namelijk wel katholieke basisscholen, maar geen katholieke middelbare scholen.

Zo kwam je in de catechese terecht.

Zo ontstond aan de Open Deur de buitenschoolse klupkatechese voor middelbare scholieren. Dat begon in 1972, met elk jaar een nieuwe lichting. Eens in de week kwamen de leerlingen bij de Open Deur. Wij hebben toen een team van mensen gevormd die ons hielpen bij het lesgeven. Ik heb een paar jaar de zaterdagen vrijgemaakt om lekencatecheten te trainen. Ik herinner me ook nog dat de projecten een oecumenische geest ademden.

Rond 1964 diende zich na het Vaticaans Concilie heel nieuwe zaken in de kerkgemeenschap aan. Er ontstond de parochieraad, de priesterraad en dus ook een dekenale raad. Er moesten voor het eerst dekens gekozen worden. Ik werd tot deken van Leeuwarden gekozen.

Tegelijkertijd raakte ik helemaal ingevoerd in het pastoraal centrum in Assen. Ik reisde me te pletter om met al die mensen te vergaderen. Ik werd toen gewaarschuwd om niet verzeild te raken op het pad van de Romeinse hiërarchie: “Dat moeten wij religieuzen niet doen!” zei een pater augustijn, met wie ik bevriend was. Ik vond dat een goede tip.

In 1971 vroeg bisschop Möller van Groningen mij als lid van de nationale raad van de katechese (NRK). Zo kwam ik bij het HKI (Hoger Katechetisch Instituut), een centrum voor katechese en katechesevernieuwing. Het was een project van de Nederlandse religieuzen, dat als studiecentrum van de NRK moest functioneren.

Na een jaar werd ik voorzitter van zowel NRK als HKI, terwijl mijn werk in het dekenaat Leeuwarden en aan de Open Deur gewoon doorgingen. Het was de tijd van de project- en ervaringskatechese met programma’s voor het middelbaar onderwijs.

Iedere maand reisde ik dus meerdere malen naar Nijmegen en later ook elders in het land. Ook kwam ik voor de eerste keer in Rome terecht om te onderhandelen met de curie over een katecheseproject van OMO (Ons Middelbaar Onderwijs). Ik heb daar in een paar dagen al mijn naïviteit verloren ten aanzien van de Curie.’

Waarom?

‘Omdat het net is als Den Haag: het bestaat uit ministeries en het gaat er net zo toe. Wat ik daar beleefd heb is teveel voor dit interview, maar we hebben het probleem geklaard.’

Ben Vocking in gesprek met Ernst Marijnissen.

Hoe kwam je daarna in Huissen terecht?

‘Het was zomertijd in 1979 en Eric Rodenburg kwam onverwacht op bezoek. De volgende dag bezocht hij mij, als goede vriend, op de Open Deur en vroeg hoe het met mij ging? Ik vertelde mijn verhaal: ik was deken, er waren meningsverschillen over veranderingen en samen met de hectiek van het vele werk – soms reisde ik 50.000 km per jaar – ben ik na tien jaar als deken gestopt.

Toen zei Eric: “We trekken onder alles wat je doet een dikke rode streep. Wat wil je eigenlijk?” Ik zei: “Ik wil weg”. Eric suggereerde Huissen en daar bleek ik welkom.

Ik nam een rustig sabbatjaar en werd toen prior gekozen. Ook werd ik staflid van het pastorale toerustingswerk en daarna voorzitter. Een mooie tijd. Ik kreeg gelegenheid om te gaan schrijven en begon o.a. op voorstel van Bert Wulffelé met een Johannesleerhuis, dat vier jaar heeft geduurd. Juist het Johannesevangelie heeft een reusachtige impact bij mij gekregen.’

Nog één vraag. Je zegt: op een gegeven moment was daar God. Nu zijn wij jaren verder. Is dat nog dezelfde God?

‘Van die God is niet veel over. Het zoeken is een levensweg geworden, en dan is er voortdurend verandering.

Ik zie nu ook, hoe van het godsbeeld dat ik geleerd had weinig over is. Er is iets geheel anders voor in de plaats gekomen. Als ik het heel kort mag samenvatten: ik ben teruggekomen in de zaal van het laatste avondmaal, met de leerlingen daar bijeen. Ik voel mij net zo benauwd als zij zich toen hebben gevoeld.

Filippus zegt dan: Rabbi, laat ons de Vader zien, dat is genoeg. Dat is dé Godsvraag! Toen zei Jezus: Filippus, nu ben ik al zo lang bij jou, weet je het nog niet? Wie mij ziet heeft de Vader gezien.

Ik ben nu bijna 91. En ik dacht: als ik God zoek, moet ik dus eerst op zoek naar de mens. Dat is het, heel kort samengevat: wat is mens worden?’

*

Zie ook:
Dominicaan zijn in deze tijd
Boeksignalement: Het lied van de oprechte mens

Eerder verschenen in deze serie gesprekken:
Joop Schaeffer
Harry Penninx
Jan Wenting
Gijs Goes
Herman Scholten
Kees Brakkee
Jacques van der Lee
Jan Boks
Gerard Oostvogel
Bert Robben
Rinus van Es
Jan Nieuwenhuis
Leo Oosterveen
Toine Frehe
Antoon Boks
Jos Oorsprong
Tiemen Brouwer
Peter Wols
Gerard Braks
Jan Bouman
Piet Magnin
Jozef Essing
Wijbe Fransen
Jan Laan
Paul Minke