13 Januari 2015

Over ouderdom en groeien in liefde

Ga naar overzicht

2 min

Deel op:

r is geen enkel woord in onze taal dat zoveel tegenstellingen in zich draagt als liefde.

Bernard de Cock o.p. (foto: Dominicus Gent).

Het verwijst naar egoïsme én altruïsme, heiligheid én overtreding, vlees én geest. Liefde duidt op iets dat je overkomt én op een gebod. Ze staat voor begeerte én hechting, onrustige verliefdheid én geduldige trouw, zotternij én wijsheid, passie én deugd.

Blijkbaar heeft liefde als term geen enkel passend synoniem. Uiteraard ligt de rijke menselijke ervaring aan de oorsprong van haar vele betekenissen: affectie, begeerte, vriendschap, genade… Die verschillende betekenissen lopen in de liefdesbeleving door elkaar.

Je kan wel een dubbel onderscheid maken. Enerzijds tussen de liefde uit begeerte (concupiscentia), dat is de liefde die ik voor een ander heb omwille van mezelf, dus omwille van datgene wat die ander mij kan geven, en de vriendschap (amicitia), dat is de liefde voor een ander omwille van hem/ haarzelf. Anderzijds tussen de voorkeursliefde (dilectio), dat is de liefde voor de mens(en) waar ik iets voor voel en voor mijn naaste familie, en de naastenliefde (caritas), dat is de ruimste liefde voor gelijk welke ander, wie hij of zij ook is.

Een leven lang proberen mensen hun seksuele gebaren en hun liefdevolle gevoelens voor hun beminde op elkaar af te stemmen. Senioren bij uitstek weten van het menselijke tekort en kunnen ons leren tegelijk mild te zijn en toch te blijven strijden tegen de voortdurende verleiding om de ander te herleiden tot het zelf en de eigen noden.

Als het goed is, hebben ouder wordende koppels en alleenstaanden gaandeweg met vallen en opstaan de liefde als tedere ontferming ontdekt en in praktijk gebracht. Ze plukken er nu de vruchten van. Die tedere ontferming is geen neerbuigende compassie, wel vanuit de eigen kwetsbaarheid de ander in zijn kwetsbaarheid beminnen. Alleen een zwakke mens, namelijk degene die zich doorheen de zwakheid van de ander bewust wordt van zijn eigen zwakheid, kan zijn naaste beminnen.

*

Deel uit een overpeinzing van de Vlaamse dominicaan Bernard de Cock in het voorlopig laatste nummer van het tijdschrift Dominicaans Leven