28 December 2012

Plautilla Nelli: madre pittora (1524-1588)

Ga naar overzicht

4 min

Deel op:

lorence blijkt niet alleen de stad te zijn van dominicaanse schilders als Fra Angelico. Er leefde en schilderde in de zestiende eeuw ook een dominicanes, ontdekte lekendominicaan Dorry de Beijer afgelopen najaar. Suor Plautilla Nelli wekte haar nieuwsgierigheid.

door Dorry de Beijer

De gerestaureerde lamentatie van Plautila Nelli o.p.

In de tweede helft van oktober 2012 ging een oude wens in vervulling en bezochten Leo Oosterveen en ik Florence, Siena en Assisi. In Florence stond natuurlijk het San Marcoklooster op het programma met het prachtige werk van ‘onze’ Fra Angelico (1395-1455). Het Museo San Marco verzamelt en restaureert zoveel mogelijk werk van hem, maar niet van hem alleen. Ik was verrast ook werk aan te treffen van mij onbekende dominicaanse schilders als Fra Bartolomeo (1472-1517) en Fra Paolino (1490-1547).

Verrassing

Maar de grootste verrassing overkwam mij, toen ik in de refter een Lamentatio met heiligen – een bewening van Christus’ dood – bekeek en mijn oog liet vallen op het erbij vermelde naambordje. Daar stond: Suor Plautilla Nelli.

Ik keek nog eens: Suor, dat is toch zuster? Een zuster, een dominicanes, die schilderde tijdens de Renaissance? Ik kende uit die periode alleen Artemisia Gentileschi. Ons museumgidsje bevestigde dat dit schilderij rond 1569 gemaakt was door ‘een non van het Catharina van Sienaconvent, die daar leefde van 1537 tot 1588’.

Dit vrouwenconvent, dat bij het San Marcoklooster lag, bestaat niet meer, maar was er toen nauw mee verbonden en volgde de hervormingen van de roemruchte Savonarola. Met deze summiere info moest ik het op dat moment doen, maar mijn nieuwsgierigheid was gewekt.

Advancing Women Artists

Een portret van vermoedelijk zr. Plautilla Nelli o.p., of in ieder geval een dominicanes met een penseel…

Wie was deze dominicanes? Was zij lid van de tweede orde? Of van de derde, en dus een lekendominicanes zoals Catharina dat was? En zoals ik ben? En waar zijn haar andere schilderijen? Hoe komt het dat deze schilderes zo diep in de schaduw is terecht gekomen van haar schilderende broeders? Ik besloot thuis op internet verder te zoeken.

Diezelfde avond liep ik boekhandel Sao Paulo op het Domplein binnen om mijn verzameling kerststalletjes aan te vullen. Bij de kassa lag een gratis Engelstalig blad, The Florentine, met op de voorpagina portretten van schilderessen die in Florence hadden geleefd en gewerkt. Met een aankondiging van een bijzondere excursie om een aantal van hun kunstwerken te bekijken. Mijn hart ging sneller kloppen…

Maar helaas, op de genoemde dag zouden we per trein naar Siena vertrekken. Maar er stond wel een website vermeld: The Advancing Women Artists Foundation (AWAF). Opgericht door de Amerikaanse Jane Fortune, die vanwege haar jarenlange speurtocht naar vrouwelijke schilders in Florence de bijnaam Indiana Jane heeft gekregen!

Weer thuis vervolgde ik het spoor via deze website. Plautilla Nelli bleek jarenlang priorin te zijn geweest van het Catharinaconvent en is de eerst bekende schilderes van de Renaissance. Haar Lamentatio is na fondswerving door de AWAF gerestaureerd en in 2007 opnieuw onthuld in het San Marco.

Datzelfde gebeurde in 2009 met twee lunetten – kleine halfronde schilderijtjes – van Catharina en Dominicus in het San Salvimuseum in Florence. Het derde en centrale paneel van deze serie lunetten – een kruisiging – is recent herontdekt in een klooster buiten Florence.

Lunetta van Dominicus die de Rozenkrans ontvangt.

Lunetta, afgebeeld is Catharina van Siena in gebed.

Nelli’s vijf meter lange Laatste Avondmaal hangt in de refter van het Florentijnse dominicanenklooster Santa Maria Novella. De AWAF hoopt dat het wordt gerestaureerd, evenals een Aankondiging, die zich elders in Italië in een museum bevindt. Nelli’s interpretatie van Pinksteren is te zien in Perugia. Ook zijn een tiental tekeningen in het Uffizimuseum inmiddels als de hare geïdentificeerd.

Laatste Avondmaal.

Suor Plautilla Nelli was dus niet zomaar een non die schilderde. Haar tijdgenoten wisten beter! Schilder, architect en kunsthistoricus GiorgioVasari nam haar op in zijn Vite, een boek over uitmuntende kunstenaars (1568). De dominicaan Serafino Razzi deed dat in zijn Historia de gli huomini (1596).
De Awards die de AWAF sinds tien jaar uitreikt aan vrouwen in de kunstwereld zijn als eerbewijs en eerherstel genoemd naar Plautilla Nelli.

Dit jaar staan in de dominicaanse wereld vrouwen die verkondigen centraal. Is er een mooiere gelegenheid om de beeldtaal van deze vergeten dominicanes onder de lagen vernis tevoorschijn te halen en opnieuw te laten spreken?

Dorry de Beijer

Zie ook: Advancing Women Artists Foundation