Kopstukken

Fra Angelico (1395-1455)

Leestijd 6 min.

a zijn dood werd de Italiaanse schilder fra (broeder) Giovanni wereldberoemd als fra Angelico, de engelachtige, vanwege het diep-vrome karakter van zijn technisch buitengewoon knappe schilderwerk. Fra Angelico bad telkens voordat hij preekte met zijn penseel. Een portret door zr. Bep van der Wilk o.p.

Fra Angelico werd omstreeks 1395 geboren in het gehucht Rupecanina bij Fiesole in de Toscaanse provincie Florence. Hij kreeg de naam Guido di Pietro. Van zijn jeugd is verder niets bekend. Het oudste document waarin zijn naam wordt genoemd, stamt uit 1417. Het geeft zijn toetreding aan tot een religieuze fraterniteit. Hij staat dan al bekend als schilder, wat ook in 1418 blijkt uit rekeningen voor schilderwerk in de kerk van Santo Stefano del Ponte in Florence.

Tussen 1418 en 1420 treedt hij – samen met zijn broer Benedetto – in bij de Dominicanen in het klooster San Domenico in Fiesole, één van de kloosters van de strikte observantie. De ‘observanten’ richtten zich in navolging van Sint Dominicus vooral op de prediking, in tegenstelling tot de gegroeide praktijk binnen de Predikorde, waarin vooral studie beklemtoond werd. Fra Giovanni di Fiesole, zoals hij sinds zijn professie in 1423 werd genoemd, liet zijn wijze van prediken, het schilderen, steeds vooraf gaan door gebed.

De beroemde afbeelding van Dominicus is een detail van een groter werk, zie onder.

De naam ‘Angelico’ werd hem na zijn overlijden in 1455 toebedacht. Volgens sommigen omdat hij zoveel engelen heeft geschilderd, volgens anderen om de verhevenheid van zijn werk. Hij werd ook aangeduid als ‘Beato Angelico’, lang vóór zijn zaligverklaring.

De eerste beroepsopleiding van fra Giovanni was gericht op het maken van miniaturen. Daarvan zijn er nog enkele te vinden in officieboeken die in het San Marcoklooster te Florence bewaard worden.

Zijn werk laat niet alleen de gotische schilderkunst van zijn leermeester Lorenzo Monaco zien, maar geeft ook blijk van zijn aandacht voor perspectief en landschap. Deze renaissance-kenmerken zijn waarschijnlijk beïnvloed door de schilder Masaccio en mogelijk ook door de fresco’s van Giotto in Assisi. Het komt al tot uiting in zijn vroege werk.

Fra Angelico schilderde steeds religieuze onderwerpen. Veel van zijn schilderstukken zijn niet meer te vinden in de kerken en kloosters, waarvoor ze gemaakt zijn. Ze zijn verspreid in musea over heel de wereld.

beato-angelico-cristo-deriso-museo-di-san-marco-firenze

Fresco in het voormalige klooster van Florence.

n 1409 week een deel van de communiteit van Fiesole, waaronder fra Giovanni, uit naar het Dominicaanse klooster in Foligno, een gevolg van de strijd om het pausschap tussen drie pausen. Waarschijnlijk bezocht hij in deze tijd Assisi en zag er de fresco’s van Giotto.

Na het uitbreken van een pestepidemie in 1414 vertrokken de Dominicanen naar Cortona, waar fra Angelico in de Dominicanenkerk fresco’s schilderde, die niet bewaard zijn gebleven. Ook later heeft hij daar gewerkt. Van zijn fresco’s is daar vrijwel niets bewaard gebleven, maar in het bisschoppelijk museum bevindt zich nog een door hem geschilderd altaarstuk, de Cortona triptiek, die tussen 1430 en 1436 geschilderd werd.

Van 1418 tot 1436 kwamen de uitgeweken Dominicanen terug in het klooster van Fiesole. Kennelijk werd Fra Angelico niet alleen gewaardeerd om zijn artistieke kwaliteiten, maar ook als verantwoordelijk lid van de communiteit. Zo werd hij vanaf 1432 herhaaldelijk tot vicaris gekozen.

Zijn beroemdste werken zijn te vinden in het San Marco klooster en de naastgelegen kerk in Florence. Dit gebouw dat eigendom van de Silvestrijnen was geweest (een benedictijnse afsplitsing), werd in 1438 door Cosimo de Medici aan de Dominicanen van Fiesole overgedragen.

Kruisafname.

De leden van de communiteit die ervoor kozen naar Florence te gaan, stichtten daar een nieuw klooster, dat door de architect Michelozzo werd uitgebreid en aangepast. De Medici gaf fra Angelico de opdracht het altaarstuk van de kerk te vervaardigen en de muren van het klooster te decoreren.

Dit enorme werk zou uiteindelijk bestaan uit een altaarstuk met predella (onderrand met afbeeldingen) in de kerk, 44 fresco’s in de cellen op de eerste etage van het klooster en enkele fresco’s op de begane grond, onder andere in de kapittelzaal. Ze werden niet alleen door fra Angelico geschilderd. Zijn ontwerpen werden voor een deel door assistenten uitgevoerd.

De opdracht werd in 1450 voltooid, maar in deze jaren werkte fra Angelico ook in Orvieto,in Florence en in Rome. In Rome werd hij ontboden door paus Eugenius IV die hem tijdens het Concilie van Florence (1439 – 1443) had leren kennen. De kapel van het H. Sacrament in de Sint Pieter met de fresco’s van fra Angelico werd later afgebroken.

Nicolaas V, die Eugenius opvolgde als paus, gaf fra Angelico opdracht tot het maken van fresco’s over het leven van de diakens Stefanus en Laurentius in de Niccolina kapel.

Maria met aan haar voeten Dominicus (grijs en bebaard afgebeeld) en Catharina van Siena.

In 1449 werd fra Giovanni tot prior van zijn vroegere klooster in Fiesole gekozen. Na zijn ambtstermijn ging hij op verzoek van de Spaanse kardinaal Juan de Torquemada opnieuw naar Rome met als opdracht de kloostergang van Santa Maria sopra Minerva te decoreren. Hij stierf er op 18 februari 1455 en werd er in de kerk begraven. Bij zijn zaligverklaring door paus Johannes Paulus II in 1982 werd die datum zijn feestdag.

Zowel uit de fresco’s als uit zijn schilderstukken blijkt de grote devotie van fra Angelico voor de H. Maagd Maria. Op zijn altaarstukken (triptieken) is de Moeder Gods met het Kind de centrale figuur. Hij schilderde ook verschillende afbeeldingen van Maria tijdens het bezoek van de engel die haar de boodschap van haar uitverkiezing bracht, evenals de Moeder van Smarten onder het kruis en bij de graflegging.

Kruisiging met heiligen. Klik op de afbeelding om te vergroten.

Zijn toewijding aan de Dominicaner Orde blijkt uit de vele afbeeldingen waarop Dominicus, de stichter van de Orde, Sint Petrus Martelaar en Sint Thomas van Aquino zijn afgebeeld. Met name de fresco’s in het San Marcoklooster, dat sinds 1869 een museum is, laten deze Dominicaanse heiligen dikwijls zien.

De fresco’s waren uitdrukkelijk niet bedoeld als loutere decoratie, maar als oproepen tot gebed en meditatie. Dit blijkt ook uit de keuze van de onderwerpen: de eerste cellen waren bedoeld voor degenen die sinds kort tot de Orde wilden toetreden. Ze laten geen delen van evangelieverhalen zien, maar de verschillende gebedshoudingen van Dominicus. De cellen van de lekenbroeders en de priesters tonen juist episoden uit het leven van Jezus; een aanknopingspunt voor meditaties.

In de kapittelzaal laat het grote fresco op de achterwand de kruisiging zien, terwijl op de voorgrond de belangrijkste heiligen zijn afgebeeld.

Klik hier voor meer afbeeldingen van werken van Fra Angelico.

Het Convent van San Marco in Florence (Firenze) is een museum.

Klik hier voor meer dominicaanse kopstukken.