Leerlingen van Edward

Hans van der Ven

Leestijd 6 min.

a href="http://www.johannesvanderven.nl/" target="_blank" rel="noopener">Hans (Johannes A.) van der Ven (1940) was tot eind 2010 hoogleraar 'vergelijkende empirische religiewetenschap, met bijzondere aandacht voor religie en mensenrechten’ aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Eerder was hij onder meer hoogleraar pastoraaltheologie en empirische theologie aan diezelfde universiteit, en gasthoogleraar in Ottawa, Chicago, Pretoria en Australië. Hij is eredoctor van de universiteit van Lund, Zweden.

Generaties theologen zijn gevormd door het baanbrekende werk van Edward Schillebeeckx o.p. (1914-2009). In deze serie komen leerlingen – en hun leerlingen – aan het woord. Over hun dierbaarste herinnering, het diepste inzicht en de vraag die ze de oude magister nu zouden willen stellen.

Zeker beschouw ik me als leerling van Schillebeeckx, aangezien ik bij hem ben afgestudeerd met een scriptie over een thema dat hij aan me voorstelde bij twee auteurs die mijlen van elkaar lijken te liggen: het lumen fidei bij Thomas van Aquino en het Schlechthinnig Abhängigkeitsgefühl bij Friedrich Scleiermacher. Dat was een avontuurlijke en mooie onderneming. Maar, hij is niet de enige leermeester die ik heb gehad. Naast hem zijn er nog drie andere, in drie andere disciplines, aan wie ik veel van mijn wetenschappelijke vorming te danken heb gehad.

1. Wat is je dierbaarste herinnering aan Schillebeeckx?

Het zijn er eigenlijk twee. De eerste zijn de hermeneutiekcolleges op woensdagmorgen in de aula aan de Bijleveldsingel. Die waren een ware eye opener. Die laten me ook nooit meer los. De tweede is het laatste gesprek dat ik met hem mocht hebben, een week of zo voor zijn dood. We dronken een glas goede rode wijn, hij was ontspannen, goed gemutst, als een oudere vriend of zelfs broer. Hij was zo zichzelf dat ik, afkomstig van Breda en opgegroeid onder de rook van Antwerpen, hem voor de eerste keer onvervalst Antwerps hoorde praten, waardoor de ontmoeting nog gemoedelijker trekken kreeg.

2. Lees je zijn werk nog wel eens? Wat is je favoriet?

Zeker, en ook vaak. Ik denk dat ik Theologische Peilingen I en V en vooral Jezus, het verhaal van een levende, nog het meest opsla.

3. Welk inzicht van Schillebeeckx heeft je het meest gevormd?

Het is een inzicht dat in de tijd van mijn theologische opleiding door meerdere auteurs werd uitgewerkt. Laat ik het kort noemen: Gods immanente transcendentie of transcendente immanentie, dat ingrijpende gevolgen heeft voor niet alleen de godsleer, maar ook de christologie, pneumatologie en eschatologie, voor de analysis fidei, en vooral ook voor de ecclesiologie.

4. Welke vraag van nu zou je graag nog eens met hem besproken hebben?

Ik had en heb zo mijn twijfels of het grote project waaraan hij bezig was kans van slagen had, namelijk de ‘framing’ en ‘vertaling’ van de liturgie in termen van ‘ritual studies’ − wat natuurlijk niet het belang wegneemt van specifieke rituele inzichten voor de nodige ontwikkeling van de liturgie.